Historie van de Needse Beelden
In mei 1929 werd met de restauratie gestart
van de Hervormde Kerk in Neede.
Om de centrale verwarming te kunnen
aanleggen werd de houten vloer
opengebroken. Daarbij stuitte men in het
midden van het gebouw op brokstukken
van een sculptuur.
In het Oudheidkundig jaarboek van 1931
schrijft de heer C. van Engelen over deze
gebeurtenis:
”Tot groote verbazing en ontsteltenis zelfs
van de aanwezigen, werd het met doornen
bekroonde hoofd van een Christus
uitgegraven. Nu achtte men het
noodzakelijk de autoriteiten te
waarschuwen; burgemeester, predikant en
kerkvoogden waren weldra ter plaatse en
begrepen terstond, dat men hier met een
belangrijke vondst te doen had”.
Aangenomen wordt dat de beelden tijdens
de Hervorming van Neede in 1616 zijn
vernietigd en daarna gemakshalve in de
kerk in een open graf zijn geworpen.
Toentertijd zijn ook de Middeleeuwse
wand-schilderingen achter witte kalk
verdwenen. 
Bijzonder is dat de oude kerk
in 1846 werd afgebroken en een nieuwe
kerk op dezelfde plaats werd gebouwd,
zonder dat dit de de rust van de begraven
beelden heeft verstoord.
Dankzij de inspanning van de toenmalige
dominee P. van der Wal en met name de
financiële bijdragen van de Needse
bevolking, Provincie Gelderland en de
Rijksoverheid konden de beelden naar het
atelier van professor Odé te Delft worden
vervoerd voor restauratie.

In 1945 is de kerk van Neede volledig
uitgebrand. Deze brand heeft de beelden
wederom zwaar beschadigd, waarna een tijdelijk herstel restauratie nodig bleek.
|